March 31st, 2010 | 2 reacties

31 MAART 2010
Na wederom een heerlijk ontbijt (ja we hebben het niet slecht hier) regelen we een scootertje. We willen graag wat meer van Ubud en de omgeving zien en een scooter is daar een mooie manier voor.

Ons ritje vandaag heeft ook een specifiek doel. Toen wij eerder Ubud bezochten ontdekten we al dat er veel kunst te krijgen is voor een betaalbare prijs. We willen vandaag dus op zoek gaan naar een mooi schilderij. Ubud zit vol met kunstenaars en er is dan ook volop kunst te vinden. We rijden wat rond en komen als snel in een straat terecht met veel kunstgalerijen net buiten het centrum.

We scooteren wat rond en stoppen regelmatig in een galerij om het een en ander te bekijken. Er is zoveel moois te krijgen! Wanneer we een mooi schilderij naar onze smaak zien vragen we naar de prijs. Deze is zo schrikbarend laag dat we al snel besluiten dat we op zoek gaan naar twee schilderijen!

20100300Balischilder2

Gevonden!
Niet veel later komen we een schilderij tegen die we graag willen hebben. De vraagprijs is erg laag, maar toch slaan we aan het onderhandelen. We krijgen nog eens de helf van de prijs af. De dames van de kunstgalerij behandelen het schilderij met veel zorg. Ze halen het schilderij voorzichtig van de lijst en rollen het netjes voor ons op. Vervolgens gaan er een aantal lagen papier en tape ter bescherming om heen en maken ze een handvat voor ons. Op deze manier kunnen wij het schilderij goed vervoeren en in Nederland weer op laten spannen. We kunnen het schilderij volgens de verkoopster zeker een jaar opgerold houden, maar dat gaan we uiteraard niet doen!

Budi’s Warung
Na onze aankoop besluiten we om eerst het schilderij terug te brengen naar onze kamer. De laatste dagen heeft het elke keer geregend ’s middags en we willen geen risico lopen. We besluiten gelijk in Ubud te lunchen bij Budi’s Warung. Een fantastisch eettentje die gerund wordt door een Balinese familie. Je kunt er heerlijk eten en dat voor ongeveer een derde van wat je aan de hoofdstraat betaald! En het mooiste van alles is dat je er bedient wordt door een enorm schattig (sorry geen andere bewoording voor) tienjarig meisje.

20100300Balischilder

We vervolgen de jacht..
Na de lunch springen we (heel behendig inmiddels) weer op onze scooter voor onze jacht naar een tweede schilderij. Laat in de middag lopen we tegen het tweede schilderij aan. Deze is een stuk groter, maar ook hier is de prijs wederom erg laag. Na wat onderhandelen krijgen we het schilderij voor een spotprijs mee.

Inmiddels hebben donkere wolken zich boven ons samengepakt. We springen snel weer op de scooter en rijden met een flinke vaart terug naar het centrum van Ubud. Net wanneer de regen losbarst kan ik met het schilderij onder het afdakje van Sania’s House springen. We hebben het gered!

March 30th, 2010 | 1 reactie

30 MAART 2010
Vandaag gaan we een fietsen! Om 8 uur worden we op gehaald bij Sania’s Bungalows door Jering van Bali Budaya Tours (Bali Eco). Samen met het Amerikaanse stel Joshua & Marie , het Zweedse stel Christaan & Anna en de Zweedse Sven worden we richting Mount Batur gebracht. Hier krijgen we een heerlijk ontbijt (banana pancakes: so good!). We hebben vanaf onze ontbijt locatie (op 1000 meter hoogte) een prachtig uitzicht over Lake Batur en over de Mount Batur (1800m).

Kopi Luwak
Na het ontbijt bezoeken we eerst een koffieplantage waar de kostbare Luwak koffie gemaakt wordt. De Luwak koffie wordt gemaakt van speciale koffiebonen. De Luwak is een civetkat die koffievruchten eet en vervolgens de koffiebonen uitpoept. Vervolgens wordt er van die koffiebonen koffie gemaakt.

Ook wordt er Arabica, Robusta en Ginseng koffie gemaakt. We krijgen van Jerin uitgebreid uitleg over allerlei planten en fruitsoorten: cacao, ginseng, gember, kaneel, passievruchten.

Wanneer we op ons gemak in de tuin rond hebben gekeken krijgen verschillende soorten koffie en thee te proeven: Ginseng koffie, gember thee, limoengras thee, hot cocao en bali (female) koffie. Vooral de Ginseng koffie valt bij ons erg goed in de smaak.

20100300BaloiOffertjes

I want to ride my bycicle!
We worden afgezet langs de weg en kunnen daar een helm en een fiets uitzoeken. Niet veel later zijn we eindelijk onderweg met de fiets. De eerste stop die we onderweg maken is bij een Balinese familie. We mogen rondkijken in het huis. Jering legt uit dat een hele familie op het terrein woont. Ouders met hun zonen en hun gezinnen. Dochters gaan wanneer ze trouwen bij hun schoonfamilie wonen. De jongste zoon blijft altijd thuis wonen met zijn gezin, hij wordt geacht voor zijn ouders te zorgen als ze ouder worden. In ruil daarvoor erft hij het huis en land.

Rabiës
Wanneer we verder het terrein op lopen stuiten we op een hond met stuiptrekkingen. Aangezien we allemaal weten dat er op Balie grote problemen zijn met rabiës blijven we allemaal op een afstandje kijken. Al snel komen we erachter dat de hond aan het doodgaan is. Op last van de regering worden alle zwerfhonden afgemaakt. Helaas gebeurt dit met gif, zodat de honden (ons inziens) erg lijden. Een paar maanden geleden nog zijn er volgens Jering 55 mensen besmet geraakt met rabiës waarvan er uiteindelijk 22 zijn overleden.

De mensen in Bali willen graag een oplossing voor dit probleem en die is er ook: de honden kunnen ingeënt worden. Helaas blijft er zo’n 75% van het geld wat daarvoor bestemd is aan de strijkstok hangen. Er wordt gekozen voor een goedkopere inenting die maar 3 maanden werkt. Geen constructieve oplossing dus. Gezien het feit dat elk Balinees gezin een hond heeft en de dieren niet gecastreerd worden zullen er altijd veel zwerfhonden zijn en zonder oplossing dus ook rabiës.

20100300Balikinderen2

Politieagent worden?
Volgens Jering is er maar een regel in het verkeer op bali: no rule! Je mag zo hard rijden als je wilt, gordels niet nodig, drinken mag ook best en telefoneren doen ze allemaal. Officieel moet je 17 zijn om te mogen rijden met een brommer, maar aangezien er in de dorpen geen politie is rijden er ook gerust 12-jarigen rond. Je rijbewijs hoef je hier niet te behalen door middel van een test, nee je gaat naar het politiebureau, zij maken een foto, jij geeft geld en klaar is je rijbewijs!

Overigens moet je om politieagent te worden in Indonesië betalen (aldus Jering). Een flink bedrag zelfs. Wanneer wij vragen aan Jering waarom iemand in hemelsnaam wil betalen om agent te worden zegt hij dat het investering is. Via corruptie kunnen ze daarna veel geld verdienen.

Rijstvelden
We stoppen te midden van prachtige rijstvelden en maken hier een korte wandeling. Normale rijst heeft ongeveer 100 dagen nodig voor het geoogst kan worden. Andere soorten zoals bijvoorbeeld kleefrijst kunnen minder vaak geoogst worden, zo’n twee keer per jaar.

20130300balirijstveld

Hanengevechten
Onderweg komen we veel manden tegen met daarin een haan. Deze blijken te zijn voor hanengevechten. Wanneer we op onze weg terug zijn komen we een hanengevecht tegen. Met gemengde gevoelens nemen we een kijkje, maar wat we zien stemt ons alles behalve vrolijk.

Ik zie een meneer op de grond zitten die een haan zit te plukken. Jering legt uit dat die haan verloren heeft in het gevecht. Wanneer ik zie dat de haan nog blijkt te leven vindt ik het niet zo prettig om te zien hoe ze er mee omgaan. Ik vraag Jering dan ook waarom ze het beestje levend plukken in plaats van eerst te doden. Jering geeft aan dat de eigenaar de haan waarschijnlijk thuis pas wil doden vanwege het verse bloed.

Ze zijn nog steeds bezig met de voorbereiding van het volgende gevecht en samen met Anna kijk ik toe hoe ze scherpe messen aan de hanen binden. Dit zal er tijdens het gevecht voor zorgen dat ze de andere haan goed verwonden. Anna en ik zien het even aan en zijn dan duidelijk; wij hoeven dit niet te zien! We lopen met z’n tweeën terug naar de fietsen en binnen vijf minuten volgt de rest.

20100300BaliHanengevecht

Na 25 kilometer fietsen komen we op het eindpunt aan. Vanaf hier worden we met het busje naar het restaurant gebracht. Ook kun je er voor kiezen om de laatste tien kilometer te fietsen, maar dan kom je veel steile stukken tegen. De twee Zweedse mannen en Tom gaan voor de laatste keuze terwijl ik met Anna, Joshua en Marie naar het restuarant ga.

Smoked duck & chicken
Terwijl wij in het restaurant alvast genieten van een Bintang fietsen de drie mannen een flink stuk omhoog! Wanneer zij uiteindelijk moe en bezweet aankomen kunnen we gaan genieten van het heerlijk eten wat voor ons klaar staat. De specialiteiten zijn de smoked duck en de smoked chicken. Het moet gezegd worden, het eten smaakt heerlijk!

Terwijl wij genieten van het eten en gezellig kletsen barst er een enorme regenbui los. Wat een geluk hebben we gehad dat deze regen niet gevallen is tijdens onze fietstocht!

Rond een uur of 4 worden we afgezet bij Sania’s Bungalows. We hebben zo genoten van deze dag. De gids was erg goed en vreselijk grappig! Het eten en drinken was goed verzorgd. De fietstocht zelf was easy, 90% downhill, maar erg leuk om te doen. Dus hierbij een beetje reclame: boek je fietstocht bij Bali Budaya Tours (Bali Eco)!!

Regen en onweer
Rond een uur of half 6 begint het weer hard te regen en te onweren. De perfecte gelegenheid om de reisverslagen af te maken, foto’s te backuppen en de mail binnen te halen!

March 29th, 2010 | 4 reacties

22 MAART 2010 tm 26 MAART 2010
Na een mooie dag doorgebracht te hebben bij de Borobodur en de Prambanan vliegen we ’s avonds naar Denpasar met Lion Air.

Rond een uur of 11 ’s avonds landen we in Denpasar na een onrustige vlucht. We nemen een taxi richting Kuta om daar de nacht door te brengen in Apinn. We krijgen helaas niks van de prijs af waardoor de prijs/kwaliteit niet helemaal in orde is, maar we zijn moe en besluiten de volgende dag wel verder te zoeken naar een betere locatie.

Na een goede nachtrust en een lekker ontbijtje gaan we op zoek naar een nieuwe slaapplek. Deze vinden we relatief snel in Fat Yogi Cottages. Hier vinden we een mooie grote kamer, gratis wi-fi en een prachtig zwembad en het is nog goedkoper dan Apinn ook.

‘s Middags lopen we door de Jl Legian, een van de bekende (en drukke) winkelstraten in Kuta. We bezoeken het monument ter ere van de slachtoffers die zijn gevallen bij de bomaanslag in de Sariclub.

We hebben besloten om iets langer in Kuta te blijven, niet omdat het zo’n fantastische plaats is, maar omdat we gratis wi-fi hebben, een goede kamer en we tijd zat hebben. Kuta is nu eenmaal niet bepaald een authentieke Balinese plaats, om eerlijk te zijn is het meer te vergelijken met een Spaanse badplaats. Veel winkels, restaurantjes en veel halfnaakte Australiërs bepalen hier het straatbeeld.

20100300balimarkt

27 MAART 2010
Een van de fijne dingen in Azië is dat je makkelijk een chauffeur kunt vinden. Zeker in Kuta stikt het van de mensen die zich aanbieden als chauffeur. Gisteren hebben we iemand gevonden die ons voor een prima prijs naar twee tempels wil brengen en vervolgens naar Ubud.

Pura Tanah Lot
De eerste tempel die we bezoeken is Pura Tanah Lot. Pura Tanah Lot is een Balinese tempel aan de westkust van Bali. De tempel ligt in zee boven op een rots. Bij laag water is de tempel te bereiken over een zanddam (weliswaar met natte voeten). De toegang is echter beperkt tot de eerste vijf meter van het mini eilandje. Hier vind je een soort grot met een magische bron. Er komt zoet water uit deze bron.

Terwijl we rondlopen op het strand bij de tempel worden we door een aantal giechelende meiden aangesproken. Ze willen graag met ons op de foto. Met onze grootste glimlach gaan we met alle meiden op de foto. Met elk fototoestel moet minstens één foto gemaakt worden.

Wanneer we Tanah lot bekeken en gefotografeerd hebben verkennen we de rest van het terrein. Er zijn hier nog veel meer tempels te vinden. We komen een oude Indonesische man tegen die met handen en voeten gebaard dat hij met ons op de foto wil. We maken wat foto’s en laten deze aan de man zien. De oude man glimlacht breed als hij zijn gezicht terug ziet op de foto’s.

20100300puratanahlot

Pura Taman Ayun
Nadat we langs de toeristenkraampjes zijn gewandeld zoeken we onze chauffeur weer op om onze rit richting de volgende tempel te vervolgen. Pura Taman Ayun is een tempel bij Mengwi. Pura Taman Ayun is gebouwd in 1634 en is gelegen in een watertuin met aan drie zijden een gracht met prachtige grote lotusbloemen.

20100300BaliPuraTamanAyun

Back in Ubud!
Nadat we beiden tempels gezien hebben rijden we door naar Ubud. In juli 2009 waren we hier nog en beiden hebben we veel zin om terug te gaan naar deze sfeervolle plaats.

In Ubud zoeken we niet lang naar een slaapplek. We hebben besloten een nacht door te brengen in Adi Cottages en besluiten later op de middag te gaan zoeken naar een slaapplek voor de volgende nachten in Ubud.

28 en 29 MAART 2010
We slapen vandaag lekker uit en genieten van het ontbijt bij Adi Cottages. Gisteren hebben we al een nieuwe plek gezocht waar we de komende nachten door willen gaan brengen. Adi Cottages is een prima plekje, maar ook behoorlijk boven ons budget.

Rond een uur of 12 lopen we met onze backpacks naar Sania’s Bungalows. Dit is een homestay, dit betekend dat je overnacht op het terrein van een familie. Uiteraard wonen zij hier ook en wanneer je het terrein oploopt kom je dan ook door hun ‘huiskamer’. We hebben hier een mooie grote en schone kamer gevonden met een gigantisch balkon! We kijken uit over een mooi zwembad.

Na de lunch lopen we rond door Ubud en bezichtige we Ubud Palace. We kopen hier ook tickets voor de dansvoorstelling die avond.

Balinees dansen
Rond half 8 bezoeken we een Balinese dansvoorstelling in Ubud Palace. We krijgen een aantal schitterende dansvoorstellingen te zien. De balinese dansstijl is mooi en indrukwekkend. Deze stijl is vooral bekend omdat de danseressen veel met hun ogen bewegen en hun handen draaien.

20100329balinesedanser

De volgende dag genieten we van een heerlijk ontbijt, bestaande uit een banana pancake en versfruit. Na het ontbijt bezoeken we diverse winkels en een aantal kunstgalerijen in het centrum van Ubud. Tevens besluiten we om een fietstour te boeken voor de volgende dag.

March 22nd, 2010 | 5 reacties

19 & 20 MAART 2010
Na een korte vlucht arriveren we om 7 uur ’s ochtends op Adisucipto International Airport in Yogyakarta. Yogyakarta is de stad die bekend staat om zijn Javaanse kunst en uiteraard omdat je vanuit hier goed de Borobodur kunt bezoeken.

Op de airport regelen we een taxi richting het centrum. Tijdens de rit naar onze bestemming merken we al snel dat deze stad een stuk rustiger aandoet als andere steden in Indonesië. Hier ontbreken sowieso de gemotoriseerde becaks. In Yogyakarta werken ze nog met fietsen. De straten staan er vol mee! Binnen korte tijd arriveren we in de wijk Sosrowijayan, hier bevind zich de bekende winkelstraat: Jalan Malioboro. We willen graag overnachten in Bladok Losmen aan de Jl Sosrowijayan, maar helaas is deze vol. We spreken af dat ze onze naam noteren en dat wij de volgende dag terugkomen om te kijken of er een plaatsje is. Voor deze nacht vinden we een slaapplekje in Hotel Gloria Amanda. De kamer is niet echt naar onze zin en ze vragen eigenlijk ook nog te veel, maar we zijn kapot van de lange reis en willen alleen maar relaxen eigenlijk.

De nacht in Hotel Gloria Amanda is een ramp. Een en al herrie. De hele nacht door zijn er mensen aan het roepen en rondlopen. We doen geen oog dicht.

Bladok Losmen
De volgende dag rond een uur of half 10 gaan we weer naar Bladok Losmen om te vragen of er een plekje is voor ons. Gelukkig blijkt iemand zijn reservering afgezegd te hebben en er is dus een mooie kamer voor ons beschikbaar. De kamer is bijna twee keer zo groot als die in Gloria Amanda en toch goedkoper.

We regelen vandaag ook een tourtje richting de Borobodur en de Prambanan. We hebben besloten hier maandag naar toe te gaan. We vliegen namelijk maandagavond naar Bali en op deze manier hebben we een mooie invulling van een dag wachten.

De rest van de dag slenteren we rond over de Jl Malioboro en bezoeken we een groot (en koel) winkelcentrum, waar we heerlijk geluncht hebben bij Pizza hut. Pizza Hut heeft hier in Indonesië overigens meer weg van een restaurant en ze hebben heerlijke dingen! We genieten van een lekkere westerse lunch, omdat we even geen Nasi Goreng meer kunnen zien. Na de lunch bekijken we de talloze winkeltjes en kraampjes aan de Jl Malioboro. Ze verkopen hier veel batik-achtige spullen. Shirtjes, broeken, rokken, sleutelhangers, portomonnees.. het is hier allemaal te vinden in de bekende batikstijl.

‘Tentoonstelling’
We worden door een vriendelijk Indonesiër aangesproken. Hij vraagt waar we vandaan komen (Belanda!) en uiteraard kent hij iemand daar. Hij verteld ons over een mooie ‘voorstelling’ over batik. Toevallig is het vandaag de laatste dag (tuurlijk..) en we hebben dus heel veel geluk (uiteraard…). Hij wijst ons de weg en wij knikken dat we het begrijpen en denken in ons zelf, we gaan toch niet. Helaas heeft de man een geniaal idee, hij brengt ons wel even. Met lichte twijfel lopen we achter hem aan terwijl de man honderduit blijft kletsen.

Aangekomen bij de ‘tentoonstelling’ wordt ons van alles verteld over de batik stijl en hoe het gemaakt wordt. Om te batikken wordt de stof eerst gedeeltelijk met een waterafstotende was behandeld. In een verfbad krijgen de onbedekte delen een kleur, de behandelde gedeelten blijven na het verven wit. De was wordt vervolgens weer verwijderd. Dit gaat zo keer op keer door, op deze manier kunnen ze een mooi patroon aanbrengen op de stof. Een tijdrovende klus. We vinden het beiden interessant om te zien en we zien ook mooie dingen hangen. Uiteraard willen ze ook graag dat we iets kopen, iets wat wij zeker niet van plan zijn. Vriendelijk bedanken we en vertrekken we.

Dit is soms het nadeel in Indonesië. Er is altijd wel iemand te vinden die heel vriendelijk is en je wil helpen of ergens naar toe wil brengen. Het doel is altijd om ons iets te laten kopen. Zonder uitzondering zijn en blijven ze altijd heel vriendelijk, maar het nadeel is dat je iedereen die je aanspreekt wantrouwt. Dat is jammer, want daardoor lopen we vast ook de oprecht vriendelijke Indonesiër mis. We merken ook dat andere reizigers die we gesproken hebben hier tegenaan lopen.

21 MAART 2010
Na eindelijk weer een nacht goed geslapen te hebben besluiten we vandaag naar het Kraton Ngayogyakarta Hadiningrat (Het paleis van de Sultan) te gaan. Kraton is de Javaanse benaming voor een paleis. Het gebied van het Kraton beslaat zo’n 14.000 vierkante meter.
De medewerkers van het Kraton dragen traditionele kleding; een Batik Sarong, jasje, kris en een batik hoofddoek.

Demonstratie
We stuiten tijdens onze wandeling naar het Kraton op een grote demonstratie. Een grote menigte heeft zich verzameld op een kruispunt. Ze zwaaien met vlaggen en er klinkt vrolijke muziek terwijl de mensen hard de naam Allah schreeuwen. Op borden die ze vasthouden zien we de dat de demonstratie iets te maken moet hebben met de gebeurtenissen in Israël/Palestina.

Onderweg naar het Kraton worden we weer aangesproken door een groepje jonge Indonsiërs. Ze moeten hun engels oefen en vragen ons beleefd of ze wat vragen mogen stellen. Wij geven rustig antwoord en gaan met ze op de foto.

Aangekomen bij het Kraton zoeken we de juiste ingang op. Het vervelende is dat er twee ingangen zijn. Behulpzame Indonesiërs zullen je vriendelijk naar de juiste ingang begeleiden, maar feitelijk is dat niet de juiste ingang. In ieder geval niet een ingang die interessant is (het entreebedrag is ook lager: 5.000 rupia). We gaan rechts om het terrein in en vinden de juiste ingang bij een grote klok. We betalen hier de entree van 12.500 rupia en 1.000 rupia om onze camera te mogen gebruiken en betreden het terrein.

We stuiten gelijk op een klassieke Javaanse dansvoorstelling. In tegenstelling tot de Balinese dans is deze dans veel rustiger.

Op het terrein van Kraton zijn een hoop spullen tentoongesteld. Jammergenoeg zijn deze niet duidelijk gedocumenteerd. Engelse vertalingen zijn er ook niet.

We vervolgen onze wandeltocht door de hitte naar Pasar Ngasem (Bird Maket). Het is duidelijk wat hier verkocht wordt. Buiten de markt vinden we al veel vogeltjes en kooien. Wanneer we de markt oplopen worden we gelijk aangesproken door een vriendelijk Indonesische man (daar heb je hem weer!), hij wil ons wel rondleiden door Taman Sari (Het waterkasteel). Wij geven aan liever met z’n tweeën te lopen, maar hij blijft toch bij ons lopen. Tom geeft nogmaals aan dat we liever met z’n tweeën willen lopen, maar de man roept alleen maar dat het gratis is. Hij blijft bij ons in de buurt en wanneer we alles bekeken heb komt de aap uit de mouw, of we mee willen naar een winkeltje.

22 MAART 2010
Rond een uur of 5 worden we opgehaald om richting de Borobodur te gaan. Samen met een Nederlandse meid (Hannah) en een Finse jongen (Jonas) stappen we in een busje en gaan we op pad.

Borobudur
De Borobudur is een boeddhistisch heiligdom op 40 km ten noordwesten van Yogyakarta en is opgebouwd als een grote stoepa. De basis van deze stoepa is 123 bij 123 meter groot. De stoepa heeft negen etages; de onderste zes zijn vierkant, de bovenste drie rond. De Borobodur staat vermeld op de werelderfgoedlijst van UNESCO.

Wanneer we aankomen bij de Borobodur worden we naar de toeristen-entree geleid. De locale bewoners gaan via een andere, vast goedkopere, ingang. De entree bedraag 15$. We lopen een paar uur rond op de Borobudur. Dat we onder de indruk zijn is een feit. Wat een fantastisch bouwwerk is de Borobudur.

Prambanan
Na een ontbijtje rijden we naar de Prambanan. Ook de Prambanan staat op de werelderfgoedlijst van UNESCO. Prambanan is het grootste Hindoe-Javaanse tempelcomplex in Indonesië. Het ligt ongeveer 18 kilometer ten oosten van Yogyakarta, aan de weg naar Solo. De tempels zijn naar schatting 850 na Christus gebouwd door een Shivaïtische koning uit de tweede Mataram-dynastie. Korte tijd nadat het complex was voltooid, werd het verlaten en begon het te vervallen.

Helaas is de Prambanan bij de aardbeving in 2006 ernstig beschadigd geraakt. Momenteel zijn ze nog steeds bezig met herstelwerkzaamheden. Ondanks dit kunnen wij overal goed rondlopen en kijken. Ook deze tempel is indrukwekkend. Hannah vindt deze tempel zelfs mooier dan de Borobudur. Wij zijn er niet goed over uit en willen beiden tempels eigenlijk niet vergelijken, ze zijn totaal anders! Feit is dat ze beiden ronduit indrukwekkend zijn!

March 17th, 2010 | 2 reacties

14 & 15 MAART 2010
Na een redelijk onrustige nacht (het hotel ligt vlakbij een gigantische moskee) staan we op tijd op en regelen we een taxi naar busstation Amplas. Ook ditmaal nemen we de lokale bus, ditmaal richting Parapat. Parapat is de plaats vanuit waar we de ferry kunnen nemen richting Tuk Tuk, de plaats waar we de komende nachten door willen brengen.

We gooien onze tassen achter in de bus en nemen op de achterste rij plaats bij de deur, omdat we hier nog enigszins beenruimte hebben. Al vrij snel concluderen we dat dit niet helemaal de juiste keuze is. Een medewerker van de bus staat continue bij de achterdeur om mensen naar binnen te schreeuwen en er stappen dus ook continue mensen in. Voor we het weten zitten we tussen vier Sumatranen op de achterbank gepropt tussen de zakken rijst en god weet wat nog meer.

Tijdens de 5 uur durende busreis praten we met verschillende Sumatranen en zo komen we steeds weer wat meer te weten over het Sumatraanse leven. Ze zijn nieuwsgierig waar we vandaan komen en wat we van Sumatra vinden.

Typisch Indonesisch
Wanneer de bus wederom een gevaarlijke inhaalmanoeuvre maakt (iets wat in Indonesië volgens mij niet meer dan normaal is) roept Tom uit ‘Thats Indonesia to!’. De Sumatranen liggen helemaal in een deuk. Een van de passagiers is leraar Engels en legt ons uit dat er veel doden vallen in het Indonesische verkeer. Op Sumatra komen er op deze weg ongeveer 2000 mensen per jaar om bij ongelukken verteld hij. En geen wonder, want zonder gekheid… de mensen rijden hier al complete idioten. Alles krioelt langs elkaar heen. Inhalen, maar er komt een tegenligger? Geen probleem, gewoon gaan.. als het goed is trapt de ander wel op de rem (dat hopen wij dan).

Na een leuke maar zeer vermoeiende busreis, worden we afgezet in Parapat. Vanaf hier vaart er een ferry naar het eiland Pulau Samosir in Danau Toba. Danau Toba is het grootse meer in Zuidoost Azië. Het eiland Pulau Samosir ligt in het midden van het meer en is net zo groot als Singapore. Het eiland is ontstaan door vulkaan uitbarsting, waardoor het eiland zeer vruchtbaar is. Samosir is de thuisbasis van de Bataks. Er zijn in Sumatra ongeveer 6 miljoen bataks. In tegenstelling tot de meesten mensen in Indonesië zijn de Bataks niet Islamitisch, maar Protestants Christelijk. Bataks houden erg van muziek en bijna alle mannen spelen goed gitaar.

Tuk Tuk
Een bekend toeristisch plaatsje op het eiland is Tuk Tuk. In dit plaatstje zijn een aantal guesthouses en cottages te vinden en is dan ook een geschikte plek voor ons om de nacht door te brengen. We doen er met de ferry ongeveer 45 minuten over om Tuk Tuk te bereiken. Normaal gesproken legt de ferry aan bij elk guesthouse en kun je uitstappen bij de gene waar je de nacht door wil brengen. Vandaag is dit niet het geval, omdat de normale ferry niet vaart. We worden afgedropt bij de ‘centrale’ steiger van Tuk Tuk. In ons geval niet erg, omdat de cottages die wij op het oog hebben hier vlakbij liggen. We nemen afscheid van een Belgische meid die we op de ferry ontmoet hebben en lopen in de richting van Tabo Cottages. Dit schijnt een mooi plekje te zijn met gratis wi-fi.

Na wat onderhandelen krijgen we een prachtige kamer voor een mooi prijsje. Vanuit onze kamer kijken we recht uit over het meer en dat is een prachtig gezicht. We genieten van de rust die hier heerst!

De volgende dag maken we veel gebruik van het gratis internet om onze verslagen bij te werken en het een ander uit te zoeken voor de rest van onze reis. In de middag lopen we een korte stukje rond in Tuk Tuk en vinden we een goed adres om een scooter te huren voor de volgende dag. In Tuk Tuk rijdt geen openbaar vervoer dus wanneer je het eiland wil verkennen is een fiets of een scooter de enige optie. Het verkeer is hier erg rustig waardoor het voor ons buitenlanders goed te doen is hier te rijden.

16 MAART 2010
Vandaag staan we redelijk op tijd op en na een heerlijk ontbijt gaan we de scooter ophalen. We rijden eerst een stuk door Tuk Tuk en rijden vervolgens in noordelijke richting het eiland half rond.

Het scooter rijden is even wennen, maar al snel krijgt Tom de smaak te pakken en rijd hij een stuk zelfverzekerder rond (want dan weer prettig is voor mij achterop). Onderweg kijken we onze ogen uit. Het is geweldig om hier rond te rijden. De mensen zijn vriendelijk en de kinderen zijn zo enthousiast. Bijna allemaal roepen ze blij ‘Hello’ en steken ze hun hand uit voor een ‘High five’.

Het eiland is mooi om te zien. We genieten ook erg van de prachtige Batak huizen. Deze huizen hebben zadelvormige daken en zijn bijzonder om te zien. Langs de weg komen we veel graven tegen, het zijn hele bouwwerken en we denken dat het een soort familiegraven zijn.

Beiden zijn we het er over eens dat een scooter huren op Samosir een ontzettend goede zet is geweest. Je beleeft alles toch weer totaal anders!

Aan het einde van de middag leveren we de scooter in en eten we een hapje in Bagus Bay Homestay. We ontmoeten hier wederom de Belgische reiziger die we op de ferry gesproken hebben en kletsen een tijdje met haar.

17 MAART 2010
Vandaag is het alweer onze laatste dag op Sumatra en we hebben vandaag dan ook een lange reis voor de boeg.

We staan op tijd op om even op ons gemak te kunnen ontbijten en nemen dan om 9 uur de ferry weer richting Parapat. Vanaf Parapat nemen we wederom de bus naar Medan, waar we om 15 uur aankomen. Vanaf busstation Amplas nemen we een opelet naar Polonia Airport.

Onze vlucht naar Jakarta met Air Asia vertrekt om 20.00 uur. Vanuit Jakarta willen we dan door vliegen naar Yogyakarta. Dit betekend dat we een flink aantal uren wachten voor de boeg hebben. Dit is overigens een flinke domper, want Lion Air biedt wel tickets aan van Medan rechtstreeks naar Yogyakarta, maar die kun je alleen online boeken met een Indonesische creditcard. Buitenlanders kunnen deze tickets alleen in Indonesië kopen en aangezien wij dit van te voren wilden regelen was dit geen optie.

We landen om 22.30 in Jakarta. Onze volgende vlucht gaat pas de volgende morgen om 6.00 uur. Om 7.00 uur ’s morgen komen we aan in het culturele middelpunt van Java, Yogjakarta.

March 13th, 2010 | 6 reacties

10 MAART 2010: LCCT Terminal
Na een flink aantal uren doorgebracht te hebben op Brisbane Airport vliegen we in 7 uur tijd naar Kuala Lumpur. Vanaf Kuala Lumpur zullen we met Air Asia onze reis vervolgen richting Sumatra. Air Asia is een grote budget maatschappij in Azië en inmiddels zo groot dat ze hun eigen terminal in Kuala Lumpur hebben laten bouwen. Het nadeel voor ons is dat deze terminal 20 km van het ‘normale’ internationale vliegveld (KLIA) ligt. Dit is iets wat nergens duidelijk gecommuniceerd word, maar waar wij gelukkig tijdig achter gekomen zijn. Beiden terminals worden namelijk aangeduid met KUL terwijl er toch echt 20 kilometer tussenligt. Er rijden bussen tussen de twee terminals. Voor een klein bedrag kun je met deze bus naar de LCCT Terminal, zodat we na een half uur alsnog op de juiste plaats zijn.

Na een paar uur wachten vliegen we in 50 minuten naar Medan op het eiland Sumatra. Sumatra is het op vijf na grootste eiland ter wereld. Sumatra heeft veel te maken met de extremen van de natuur. Vulkaan uitbarstingen, aardbevingen, en vloedgolfen eisen regelmatig vele levens in een van de rijkste eco systemen ter wereld.

Eenmaal aangekomen op het vliegveld van Medan betalen we 25 dollar voor onze visums en passeren we binnen een half uur de douane. Dit is een grote verassing, omdat we in Bali vorig jaar zo’n 3 uur gewacht hebben op ons visum en we toen nog een corrupte douanebeambte troffen ook. Hier verloopt het allemaal een stuk vlotter en vriendelijker.

Onze tassen zijn al voor ons klaar gezet en worden omring door taxi chauffeurs, die ons maar al te graag een veel te duur ritje willen aan bieden. We besluiten om eerst geld te pinnen en vervolgens iets verder te lopen, zodat we in een wat rustigere omgeving een goedkopere taxi kunnen vinden. Op de parkeerplaats voor het vliegveld slagen we hier al snel in.

JJ’s Guesthouse
We besluiten in JJ’s Guesthousse te verblijven. Dit guesthouse wordt leuk beschreven in de Lonely Planet en wij zijn dan ook nieuwsgierig. Na een kleine zoektocht vinden we de juiste poort. Er hangt geen bord of iets dergelijks dat aangeeft dat er een guesthouse is dus we bellen afwachtend aan. Al snel komt er een vrouw aan sloffen die ons mee neemt naar de ontvangstkamer. Ze gebaart ons te gaan zitten en niet veel later komt er een oudere Indonesische vrouw binnen die ons begroet. Ze bied ons een heerlijke koude ijsthee aan. De eigenaresse spreekt Nederlands en ze vindt het dan ook leuk om met ons over van alles en nog wat te praten.

Omdat we nog jonge benen hebben mogen we een kamer op de bovenverdieping uitzoeken. De kwaliteit van de kamers is voor ons echt even schrikken, maar daar zullen we snel aan moeten wennen. Want ondanks dat de accommodaties in Sumatra goedkoop zijn, zijn ze ook vaak erg basic. Desondanks is de kamer prima schoon, voorzien van airconditioning en westers toilet, niets te klagen dus.

In de middag besluiten we om naar Sun Plaza te gaan. Volgens de eigenaresse van het guesthouse kunnen we hier goed eten. Het is redelijk ver om te lopen en we besluiten om een Becak te nemen. Dit is een driewielige motor, waar de passagiers in een soort zijspan zitten. We waren tot op heden alleen nog maar de tuk tuk’s gewend. Hierbij zitten de passagiers achter de bestuurder. De Becak’s hier in Sumatra blijken niet gemaakt te zijn voor twee grote Nederlanders. We proppen ons met veel moeite in de becak om ons bij Sun Plaza af te laten zetten. Na een helse, maar ook lachwekkende, reis komen we aan bij het gigantische winkelcomplex.

Ook hier zijn we de enige toeristen en we worden dan ook van alle kanten goed bekeken. Kinderen giechelen om ons en roepen dan enthousiast ‘Hello!’. Vooral de rode haren van Tom zijn een attractie op zich. We lopen een tijd rond in het immense winkelcentrum en tegen de avond eten we in een eettentje Nasi Goreng en Ayam Sate.

Op de weg terug nemen we wederom een becak, maar ditmaal besluit Tom achterop de moter te gaan zitten van de bestuurder. Hierdoor wordt de reis al een stuk comfortabeler. In het guesthouse ontmoeten we een Nederlands meisje dat al een tijdje aan het reizen is. We kletsen met haar nog wat over Sumatra en duiken deze avond niet al te laat ons bed in, want de reis naar Indonesië heeft ons redelijk gebroken.

11 MAART 2010
De volgende morgen zitten we om negen uur aan het onbijt. We genieten van een heerlijke boterham met hagelslag en een boterham met ‘scrabble eggs’. Vandaag willen we verder reizen vanuit Medan naar Bukit Lawang. Bukit Lawang ligt in de jungle en is de toeganspoort tot het Gunung Leuser National Park, waar nog oerang oetans leven. Er zijn nog maar twee plaatsen in de hele wereld waat je oerang oetans kunt bewonderen. Dit kan op Kalimantan/Borneo en op Sumatra (Bukit Lawang). En uiteraard willen wij deze fantastische apen ook wel in het wild zien.

Personal space?
Vanaf de weg naast het hostel houden we een Opelet aan om zo op het busstation (Pinang Baris Busstation) te geraken. Een Opelet is een klein mini busje waar de passagiers snel aan de zijkant of achterin kunnen in- en uitstappen. Deze Opelets rijden een vaste route. We houden Opelet nummer 24 aan. Het busje zit al aardig vol, maar de chauffeur gebaart dat we er nog makkelijk in kunnen. We proppen eerst onze tassen en vervolgens ons zelf naar binnen. We merken snel dat Indonesiërs geen problemen hebben om dicht op elkaar te zitten of elkaar aan te raken. Wanneer mensen in- of uitstappen pakken ze ook gerust je been vast of je arm. Iets wat we in Nederland niet snel zouden doen.

Pinang Baris Busstation
Na 10 minuten worden we aan de kant van de straat afgezet. Er komen diverse mensen aan lopen die ons vragen of we met een mini busje of met de grote bus naar Bukit Lawang willen. We kiezen voor de grote bus en we worden dan snel naar een zeer oude en ietwat gare bus geleid. Onze tassen worden op een paar stoeltjes achterin de bus gelegd en wij gaan er naast zitten.

Blow that speaker!

Om een of andere reden houden Indonesiërs van harde muziek. En dan bedoelen we ook echt harde muziek. Zelfs in deze oude bus is een grote subwoofer te vinden, die aardig wat decibels laat horen. Uiteraard zitten wij hier naast… Voorin de bus hangt een TV waarop de videoclip getoond word met uiteraard in karaokevorm de tekst.

We brengen ongeveer een uur in de bus door zonder airconditioning, voordat we eindelijk vertrekken. Verkopers lopen ondertussen de bus in en uit om hun handelswaar te slijten. Wanneer er voldoende mensen in de bus zitten stapt ook de chauffeur in en rijden we langzaam weg uit Medan. Een jong uitziend ventje (die waarschijnlijk een stuk ouder is als hij er uitziet) hangt uit de open deur en schreeuwt aan een stuk door ‘Bukit, Bukit Lawang’. Al rijdend proberen ze de bus vol te krijgen. We stoppen dan ook om de haverklap om passagiers binnen te laten.

Na 2 uur rijden stoppen we in een grote plaats. Direct komen twee jongens op ons af die ons graag willen helpen in Bukit Lawang. We hebben al gelezen over het feit dat er in Bukit Lawang meer gidsen zijn als toeristen en zijn er ons van bewust dat ze op deze manier aan klanten proberen te komen. Zelfs in Medan zijn we al aangesproken door een gids. Desondanks zijn beiden jongens erg vriendelijk en totaal niet opdringerig. Eén gids blijft bij ons zitten en verteld ons van alles over de palmolie-industrie. Hij spreekt best goed engels en wij stellen hem dan ook veel vragen.

Na zo’n 4,5 uur rijden komen we aan op het busstation vlak voor Bukit Lawang. Onze ‘begeleider’ Inong regelt gelijk een becak voor ons. En na wat onderhandelen besluiten wij er twee te nemen. Wij passen samen al amper in zo’n becak, laat staan met onze grote backpacks. We worden naar het begin van het dorpje gebracht. Inong gaat met ons op zoek naar een guesthouse. We bekijken er een aan het begin van het dorp, maar besluiten hier geen kamer te huren. Uiteindelijk neemt Inong ons mee de brug over naar de andere kant van de rivier. De brug is wiebelig en met een grote tas op mijn rug voel ik me allesbehalve op mijn gemak. Om een of andere reden heb ik de laatste jaren hoogtevrees ontwikkeld en ik kan me op dit moment dan ook fijnere plekken voorstellen. Pal bij de brug ligt Wisma Leuser Sibayak. We nemen een kijkje in de kamer en besluiten hier te blijven. De kamer is allesbehalve luxe, maar voor 50.000 rupia mogen we niet klagen. Gelukkig zit er bij dit guesthouse een fijn restaurantje waar je goedkoop kunt eten en drinken (en goed!).

Uiteraard wil Inong graag dat we een trekking gaan doen en hij geeft ons een map die we op ons gemak door kunnen bladeren terwijl we een pannenkoek eten. Beiden hebben we wel interesse om een trekking te doen, ten slotte komen we hier voor de oerang oetans. We twijfelen erg welke tocht we zullen doen, die van 3 uur of die van 6 uur. Inong is er van overtuigd dat die van 6 uur me zal lukken en anders beloofd hij met me terug te lopen. Dit is mogelijk omdat ze altijd met twee gidsen zijn. Wij hebben een goed gevoel bij Inong en boeken een trekking bij hem voor de volgende dag. We betalen hiervoor 25 euro, wat niet mis is! Het bedrag is helaas vastgesteld door de Indonesische regering en hier blijkt geen onderhandelingsruimte in te zijn. Iedereen die de jungle in wil betaald dit bedrag. Wil je met een tube terug over de rivier betaal je nog eens 10 euro.

De rest van de middag lopen we door het dorpje waar we regelmatig worden aangesproken.

12 MAART 2010
De volgende morgen worden we om 8 uur opgehaald door Anton. Anton is de tweede gids die met ons mee gaat. We ontmoeten Inong in het dorp en lopen dan richting de ingang van Gunung Leuser National Park. De Spaanse Titana loopt met ons mee. Na een half uur lopen steken we een snelstromende rivier over met een soort houten kano. Dit blijkt een wiebelig avontuur te zijn, maar gelukkig bereiken we droog de overkant.

Oerang oetans!
Wanneer je het Gunung Leuser National Park ingaat moet je een cameratax betalen. Dit een belasting die de overheid als extraatje heeft ingeschakeld. Na dat dit alles geregeld is beginnen we aan de klim naar het feedingsstation van het ‘Urang Utan Rehabilitation Centre’. Inmiddels heeft de Canadese Megan zich bij ons groepje gevoegd. Na een klim van een half uur bereiken we het het voederstation. We hebben veel geluk en spotten gelijk twee oerang oetans. We kijken onze ogen uit naar deze fantastische mooie dieren.

Wanneer we ineens een geluid horen en de gids plots roept dat we ergens anders moeten gaan staan zien we een derde oerang oetan verschijnen. Ditmaal met een kleintje. Een prachtig gezicht om te zien. De baby hangt aan de rug van de moeder en kijkt verbaasd met grote ogen om zich heen.

We moeten op gepaste afstand te blijven. Dit om twee redenen: het blijven wilde dieren en ze kunnen agressief worden, maar ten tweede zijn ze ook bevattelijk voor ziekten die wij hebben. Wanneer wij grieperig zijn kunnen we dit blijkbaar makkelijk overdragen op de oerang oetans.

We genieten een tijd van deze schitterende dieren voor we onze tocht zullen vervolgen. Helaas krimpt ook hier in Sumatra de hoeveelheid jungle in een rap tempo. De jungle wordt opgeofferd voor palmolie plantages. Dit zijn palmbomen die grote stekelachtige vruchten krijgen. Van deze vruchten word palmolie gewonnen, wat zeer veel geld opleverd voor Indonesië.

Jungletrekking
We vervolgen onze trekking door de Jungle in de hoop nog meer wildlife tegen te komen. Het is een smal en glibberig pad die soms steil omhoog gaat en soms steil omlaag. Ik merk al snel dat ik dit geen 6 uren vol kan houden. Mijn enkel doet veel pijn en ik moet toegeven dat mijn conditie ook niet bepaald je-van-het is. Inong loopt met mij terug naar het dorp terwijl Tom verdergaat.

Tom vervolgd zijn tocht door de jungle en concludeert al snel dat het een heftige tocht is. Alles is spekglad door de regenval van die nacht. Hij probeert het tempo van de gids bij te benen, maar dat blijkt toch te veel van het goede en ze hebben regelmatige een stop nodig om bij te komen. Gelukkig komen ze meerdere oerang oetans tegen, maar ook long-tail makaken en andere aapsoorten.

Run, run!
De jungle blijkt echt schitterend te zijn en de trekking is een geweldige ervaring. Anton legt veel uit over alle verschillende planten en bomen die in de jungle groeien en waar ze allemaal voor gebruikt worden.

Na een stevige wandeling van 4 uur is het eindelijk tijd voor de lunch. Vers Fruit met Nasi Goreng Ayam. Het plan is om de lunch op eten aan de rand van de rivier, maar al snel wordt onze rust verstoort door een grote mannetjes oerang oetan. Anton vertrouwd het helemaal niet en pakt snel de lunch weer in en geeft aan dat we moeten gaan rennen om een voorsprong te nemen op de oerang oetan. Na 15 minuten als een gek gelopen te hebben, verloor de Oerang oetan ons gelukkig uit het oog. Anton verteld ons dat ze soms erg agressief zijn, met name als je in hun directe omgeving komt. Als ze in de bomen hangen is het geen probleem, maar als een oerang oetan op de grond loopt dan moet je oppassen en kun je beter maar zo snel mogelijk wegwezen. De oerand oetans proberen je met van alles en nog wat te bekogelen om je zo weg te jagen. Na de lunch lopen we zeker nog 2 uur door de prachtige jungle voordat we bij de rivier aankomen. Via de rivier gaan we terug naar Bukit Lawang in grote rubberen banden. Na ongeveer een half uur in de band de rivier afgevaren te hebben komen we aan in Bukit Lawang.

Samen kletsen we nog een uur met een vriendelijke Indonesische jongen die ons alles weet te vertellen over voetbal. Hij noemt al onze clubs op en geeft aan wat zijn favorieten zijn. Gelukkig heeft hij zelfs van onze favoriete club gehoord en wanneer we vertellen dat zij onlangs PSV verslagen hebben schudt hij ongelovig zijn hoofd.

13 MAART 2010
De volgende morgen vertrekken we richting Medan. We besluiten om dit keer een mini busje te nemen, deze staat al klaar en op deze manier kunnen we redelijk snel weg zijn. Onze backpacks worden op het dak van het busje vast gebonden. Het busje is uiteraard niet berekend op grote europeanen en we zitten dan ook ietwat opgevouwen in het busje. Onderweg stopt het busje af en toe om mensen op te pikken die ook naar Medan willen. Halverwege de route zitten we met maar liefst 12 man in het busje, heel knus…

Drie uur en één lekke band verder komen we aan in Medan en worden we afgezet op het busstation. Van daaruit pakken we een taxi naar een Sumatera hotel. Beiden hebben we dringend behoefte aan een normale douche en een lekker bed.

Engelse les
In de middag lopen we nog een stukje door Medan, om wat foto´s te maken van de grootste moskee van de stad. Tevens bezoeken we een winkelcentrum. We worden daar aangesproken door een lerares die samen met een leerling rondloopt. Ze legt ons uit dat ze zijn lerares engels is en vraagt of we het erg vinden dat hij zijn engels met ons oefent. De jongen is enorm verlegen en al fluisterend stelt hij ons wat vragen terwijl zijn lerares roept ‘louder, louder!’. We wisselen wat standaard vragen en antwoorden uit en al snel blijk dat de jongen graag arts wil worden. Aan het einde van het gesprek gaan we op hun verzoek op de foto met de jongen.

Rijsttafel?
Medan is kort gezegd geen leuke stad, het is er erg vies, druk en rommelig en enige sfeer ontbreekt. We komen weinig restaurantjes tegen en uiteindelijk belanden we in een restaurant tegenover ons hotel. We krijgen een grote tafel toegewezen. Zodra we zitten komen er direct een 4 tal obers aan lopen die ons meer dan 15 schaaltjes met gerechten uitserveren. We kijken elkaar verbaasd aan en besluiten de ober te vragen wat de bedoeling is. De jongen legt in zijn beste engels uit, dat ze geen menukaart hebben en dat we aan het einde alleen betalen wat we geproefd hebben, de rest gaat terug de vitrine in (lekker).

We laten onze blik gaan over de schaaltjes, maar de eerlijkheid gebied ons te zeggen dat het er allemaal wat vreemd en gewaagd uitziet. We besluiten om een viertal schaaltjes te proeven. Ik begin met de HOT BEEF. Tom roept iets, maar ik ben al aan het kauwen. Tom roept nog eens, het blijkt HAERT BEEF (koeienhart) te zijn. Met veel tegenzin slik ik het door en spoel ik het weg met een flink slok water. De overige drie schaaltjes zijn evenmin een succes. Het enige wat we uiteindelijk eten is droge rijst met een kippenpootje. Iets waar Tom allesbehalve dol op is. Bij het zien van de rekening vallen we beiden in de volgende verbazing, we moeten 88.000 rupia betalen. Dit is echt ver uit het hoogste bedrag wat we tot dusver hebben betaald voor eten. We betalen met tegenzin en verlaten het restaurant met een lege maag maar met een grappige ervaring rijker.

July 2nd, 2009 | Reageer


30 juni 2009
Vandaag vertrekken we uit Ubud. Een beetje met pijn in ons hart dat wel. We hadden hier best nog een paar daagjes rond willen lopen.

We komen dezelfde chauffeur tegen als de dag ervoor en hij zal ons naar Sanur brengen. Sanur is onze laatste bestemming op Bali en zoals het er naar uit ziet wordt dit het relax stukje. Nu ben ik zelf niet zo’n strand/zwembad-heel-de-dag-liggen-persoontje, maar ik ben dan ook niet alleen op vakantie.

De rit gaat voorspoedig en we zijn redelijk op tijd in Sanur. We worden gedropt bij het hotel wat we in Nederland geboekt hebben, het Bali Hyatt. En ik moet zeggen dat het me een beetje tegenvalt in de zin van het formaat. Dit hotel was niet de eerste keuze en is ons later aangeboden. Het hotel heeft alle faciliteiten die je, je maar kunt wensen, maar is daardoor ook HUGE! En daar ben ik dan weer minder van gecharmeerd. Een kleiner hotel heeft vaak toch meer charme. Daarnaast hanteren ze ook dikke vette westerse prijzen. Maar goed voor een paar dagen relaxen is het meer dan prima! Er zijn meerdere zwembaden, restaurants en barren. Uiteraard is er ook een stuk strand voor de hotelgasten.

De middag besluiten we lekker een boekje te lezen en af en toe een duik te nemen. ‘s Avonds lopen we het dorp in en eten we lekker een hapje in restaurant ‘Amazing’. Een mooi restaurant waar we goed geholpen worden en waar het eten en de cocktails heerlijk zijn! We sluiten de avond op onze hotelkamer af met het zoveelste spelletje ‘regenwormen’ (fantastisch leuk spelletje!)

1 juli 2009
Voor het eerste deze reis slapen we een beetje uit en ontbijten we pas om kwart voor 10. Qua ontbijt is er in dit hotel keuze te over. De rest van de dag relaxen we, wandelen we wat rond en doen we verder bijster weinig.

2 juli 2009
Ook vandaag staat er niks op de planning. Ik lees een beetje over Hong Kong, want daar vertoeven we ook nog een paar daagjes!

June 29th, 2009 | Reageer

Goa Gajah
Het is ons al snel duidelijk dat vervoer makkelijk te regelen is ondanks het feit dat er weinig taxi’s rijden in Ubud. We regelen dan ook vrij snel een chauffeur die ons naar 3 tempels zal brengen.

We bezoeken Goa Gajah. Dit wordt ook vaak de olifantengrot genoemd. Het ligt vlak bij Ubud, ten oosten van Peliatan. Goa Gajah stamt uit de 11e eeuw en werd in 1922 ontdekt.
De ingang van de grot lijkt op een wijd openstaande mond van een soort monster. De grot heeft een 13 meter lange gang die uitkomt op een t-splitsing. Aan het einde van de linkergang staat een beel van Ganesha (de hindoegod met olifantenkop) met vier armen. In de andere gang staan drie linga, die de manifestaties van Shiva voorstellen. Vlak voor de ingang staat een beeld van de boeddistische godin Hariti.

Tegenover de grot ligt een fontein met zes vrouwenbeelden. Deze werd pas in 1954 blootgelegd door de archeoloog J.C. Krijgsman. Langs de grot loopt de rivier de Petanu.

Deze tempel maakt niet enorm indruk op ons. Vooral de ingang is prachtig, maar de rest is op een of andere manier niet heel indrukwekkend. We zijn uiteraard wel blij dat we het bezocht hebben.

Gunung Kawi
We vervolgen onze toch richting Gunung Kawi. Gunung Kawi (= de oude berg) ligt ten noorden van Ubud vlakbij Bangli in het midden van Bali.

Het is een complex van tien in de rotsen uitgehouwen candi’s die dateren uit de 11e eeuw. Men dacht dat het grafmonumenten waren maar dat klopt waarschijnlijk niet. Men denkt dat ze ter ere van de koninklijke familie van de Udayana dynastie zijn gemaakt. Maar op dit moment zijn onderzoekers het hier nog niet over eens.

Het is een hele toch om er te komen. Via een lange rij trappen word je er naar toe geleid. Maar voor je deze wandeling gaat maken krijg je een sjaal om je middel gebonden. Langs de trappen naar beneden vind je tientallen verkopers die je graag wat willen slijten.

Gunung Kawi ligt echt schitterend en is dan ook echt de moeite waard om te bezoeken. We kijken hier op ons gemak rond voor we de trappen terug weer beklimmen.

Pura Tirta Empul
Als laatste bezoeken we Pura Tirta Empul. Deze tempel is echt prachtig en indrukwekkend. De tempel is gebouwd om de heilige geiser van Tampak Siring. De tempel is gebouwd omstreeks 962 na Christus.

Mensen komen uit heel Bali hier naar toe om te baden in het heilige water. Het water wordt als zeer heilig beschouwd. De geiser zou zijn geschapen door de god Indra.

We hebben hier een behoorlijk tijd rondgelopen. Het is een redelijk groot terrein en omdat er mensen aan het baden zijn geeft dat een mooi gezicht. Vrolijke kinderen zitten op moeders of vaders rug en spetteren lekker met het water.

Pasar
’s Middags lopen we via Monkey Forest Road (waar ons hotel aan gelegen is) naar de markt. Onderweg kom je vele winkeltjes, restaurantjes en galerijen tegen. De straat is vol bedrijvigheid. Aan het einde van de weg vind je de pasar.
Op de pasar is van alles te vinden, van kleding tot houtsnijwerk, van sieraden tot wierrook. Op de pasar is het druk en kleurrijk. Leuk om rond te lopen en de sfeer te proeven. Wonder boven wonder komt niemand van ons in de verleiding om wat te kopen.

‘s Avonds eten we bij het restaurant dat ons in Lovina is aangeraden; Cafe Des Artistes. En ik moet zeggen… een heerlijke afsluiting van de dag!!

June 29th, 2009 | Reageer

Goa Gajah
Het is ons al snel duidelijk dat vervoer makkelijk te regelen is ondanks het feit dat er weinig taxi’s rijden in Ubud. We regelen dan ook vrij snel een chauffeur die ons naar 3 tempels zal brengen.

We bezoeken Goa Gajah. Dit wordt ook vaak de olifantengrot genoemd. Het ligt vlak bij Ubud, ten oosten van Peliatan. Goa Gajah stamt uit de 11e eeuw en werd in 1922 ontdekt.
De ingang van de grot lijkt op een wijd openstaande mond van een soort monster. De grot heeft een 13 meter lange gang die uitkomt op een t-splitsing. Aan het einde van de linkergang staat een beel van Ganesha (de hindoegod met olifantenkop) met vier armen. In de andere gang staan drie linga, die de manifestaties van Shiva voorstellen. Vlak voor de ingang staat een beeld van de boeddistische godin Hariti.

Tegenover de grot ligt een fontein met zes vrouwenbeelden. Deze werd pas in 1954 blootgelegd door de archeoloog J.C. Krijgsman. Langs de grot loopt de rivier de Petanu.

Deze tempel maakt niet enorm indruk op ons. Vooral de ingang is prachtig, maar de rest is op een of andere manier niet heel indrukwekkend. We zijn uiteraard wel blij dat we het bezocht hebben.
200906tempels
Gunung Kawi
We vervolgen onze toch richting Gunung Kawi. Gunung Kawi (= de oude berg) ligt ten noorden van Ubud vlakbij Bangli in het midden van Bali.

Het is een complex van tien in de rotsen uitgehouwen candi’s die dateren uit de 11e eeuw. Men dacht dat het grafmonumenten waren maar dat klopt waarschijnlijk niet. Men denkt dat ze ter ere van de koninklijke familie van de Udayana dynastie zijn gemaakt. Maar op dit moment zijn onderzoekers het hier nog niet over eens.

Het is een hele toch om er te komen. Via een lange rij trappen word je er naar toe geleid. Maar voor je deze wandeling gaat maken krijg je een sjaal om je middel gebonden. Langs de trappen naar beneden vind je tientallen verkopers die je graag wat willen slijten.

Gunung Kawi ligt echt schitterend en is dan ook echt de moeite waard om te bezoeken. We kijken hier op ons gemak rond voor we de trappen terug weer beklimmen.

Pura Tirta Empul
Als laatste bezoeken we Pura Tirta Empul. Deze tempel is echt prachtig en indrukwekkend. De tempel is gebouwd om de heilige geiser van Tampak Siring. De tempel is gebouwd omstreeks 962 na Christus.

Mensen komen uit heel Bali hier naar toe om te baden in het heilige water. Het water wordt als zeer heilig beschouwd. De geiser zou zijn geschapen door de god Indra.

We hebben hier een behoorlijk tijd rondgelopen. Het is een redelijk groot terrein en omdat er mensen aan het baden zijn geeft dat een mooi gezicht. Vrolijke kinderen zitten op moeders of vaders rug en spetteren lekker met het water.
200906puratirt
Pasar
’s Middags lopen we via Monkey Forest Road (waar ons hotel aan gelegen is) naar de markt. Onderweg kom je vele winkeltjes, restaurantjes en galerijen tegen. De straat is vol bedrijvigheid. Aan het einde van de weg vind je de pasar.
Op de pasar is van alles te vinden, van kleding tot houtsnijwerk, van sieraden tot wierrook. Op de pasar is het druk en kleurrijk. Leuk om rond te lopen en de sfeer te proeven. Wonder boven wonder komt niemand van ons in de verleiding om wat te kopen.

‘s Avonds eten we bij het restaurant dat ons in Lovina is aangeraden; Cafe Des Artistes. En ik moet zeggen… een heerlijke afsluiting van de dag!!

June 28th, 2009 | Reageer

Naast al zijn kunst galerieën, prachtige rijstvelden en tempels staat Ubud ook bekend om zijn monkey forrest. Ons hotel ligt daar recht voor en tijdens het ontbijt hebben we al kennis kunnen maken met een aantal makaken. Zij blijken het ontbijt net zo lekker te vinden als wij. Na het ontbijt lopen we richting het bekende ‘Monkey Forest’.

Bij de entree van het bos zaten al een aantal aapjes. Erg leuk om te zien. Gezien het feit dat we al vele verhalen gelezen hadden over aapjes die spullen af zouden pakken hebben we alles diep weggestopt. We komen er al snel achter dat de aapjes vooral eten willen. Ze komen op mij niet erg agressief over.. tenzij je bananen tevoorschijn haalt. Die willen ze wel hebben!

Of je nu van de aapjes houd of niet, het bos is een heerlijke plek om rond te lopen. Op een of andere manier is het een rustgevende plek.


Vlak bij de ingang volgen we een pad, dieper het park in. We lopen over een prachtige hoge brug met daaromheen grote bomen. Het uitzicht vanaf de burg is prachtig. Het zonlicht dat door de bomen sijpelt en het geluid van het kabbelende water onder de brug geven ons een heerlijk relaxed gevoel.

Wanneer we de brug over zijn komen we bij een bron, waar grote oranje vissen in rond zwemmen. We blijven op deze plek even hangen voor we onze wandeltocht vervolgen. We komen uiteraard nog vele aapjes tegen en mooie plekjes. Wanneer we bananen hebben word een van ons beklommen door een aantal aapjes die maar wat graag een banaantje willen.

Monkey Forrest is wat ons betreft een aanrader!